Laat je leiden langs kastelen en abdijen

Landschapspark de Merode was ooit in handen van een prinselijke familie. Vandaag is het een prachtig bos- en natuurgebied waar iedereen zich de koning te rijk kan voelen.

Landschapspark de Merode is een rijk van rust, waar de geschiedenis van kerk en adel samenvloeit tussen Demer en Nete.

Mooie natuur, uitgestrekte bossen, lekkere streekproducten en indrukwekkende kastelen en abdijen. Ontdek het zelf en stap, wandel of fiets in de voetsporen van paters en prinsen.

vervolg…landschapspark de Merode

Een verwevenheid van paters en prinsen

Lang voordat er in de Antwerpse Kempen sprake was van de familie de Merode, vestigden de norbertijnen zich in deze streek. In 1130 werd de abdij van Tongerlo gesticht, twee jaar later volgde die van Averbode. De paters norbertijnen zetten zich vanaf het begin in voor de samenleving. Ze zorgden voor onderwijs en deden aan zielenzorg in de parochies die ze onder hun hoede hadden. De vele pastoriewoningen herinneren aan deze bloeiende tijd.

Daarnaast was een zelfvoorzienende levensstijl één van de pijlers voor de abdijgemeenschappen. Ze verwierven meerdere hoeven en landerijen die ze zelf uitbaatten met hun talrijke lekenbroeders maar ook met de hulp van andere medewerkers. In het Hageland deden ze ook aan wijnbouw. De impact op het landschap bleef aanvankelijk wel vrij beperkt. Ook in de architectuur drukte de orde haar stempel. De ontginning van lokale ijzerzandsteen en het gebruik ervan voor de bouw van voornamelijk kerken, is zo typisch dat de stijl een eigen naam kreeg, de Demergotiek.

de Merodes

Pas in de 15e eeuw deden ook de Merodes hier hun intrede. Via een huwelijk met één van de dochters van de toenmalige plaatselijke heer van Wezemael, maar vooral na een lange juridische strijd werd Jan II de Merode in 1488 heer van Westerlo. Het was het begin van een lange Merode-heerschappij over de streek. Nog steeds woont er een nazaat in het kasteel de Merode. In 2004 verkochten ze wel het grootste deel van hun gronden aan de Vlaamse overheid, onder de voorwaarde dat het gebied als één geheel bewaard zou blijven. Het kasteel van Jeanne de Merode is vandaag het gemeentehuis van Westerlo.
Gedurende de voorbije 6 eeuwen hebben ze dus ook heel sterk hun stempel gedrukt op het gebied. Zo zijn de vele lanen en dreven die ze lieten aanleggen zeer typisch. De bekendste voorbeelden zijn de Bistdreef en de Beeltjensdreef. Het hoeft niet te verbazen dat het ook wel eens serieus botste tussen de kerk en de adel. Een getuige daarvan is de vreemde bocht in de Boerenkrijglaan aan het Hof van Onderwijs in Westerlo. Die laan moest het kasteel verbinden met de abdij van Tongerlo. Maar omdat beide partijen een verschillend idee hadden over waar die precies moest komen, hebben we vandaag een kronkel aan het Hof van Overwijs.

In de 18e eeuw nam de aanplant van bomen toe, zowel door de Merode-familie als de norbertijnen. Dat was onder meer het gevolg van een regeringsbesluit van de Oostenrijkse Nederlanden, dat stelde dat grootgrondbezitters hun ‘woeste’ gronden moesten ontginnen. Vennen werden drooggelegd en omgezet naar akkerland. Ook tal van heidepercelen werden ontgonnen om er landbouwgrond van te maken. Een vergelijking van het landschap op het einde van de 18e eeuw met Lowiskaarten uit de 17e eeuw toont duidelijk aan dat het landschap in die tijd grondig werd veranderd. De aanplant van naaldbomen begon ook toe te nemen. De norbertijnen verkochten het hout als brandstof of hadden het zelf nodig om hun kloostergebouwen te verwarmen en om de bakoven en de brouwketel heet te stoken. Het werd ook gebruikt in de bouw van graanschuren, windmolens, veestallen.

De Franse Revolutie betekende het einde van de abdijen. In 1796 werd het kloosterleven bij wet verboden. De paters werden verdreven en de abdijen verkocht. Na de onafhankelijkheid van België konden zij weliswaar terugkeren en bloeide het abdijleven weer op. Hun gronden waren ze echter voorgoed kwijt.

De familie de Merode had intussen een prominente rol gespeeld in de onafhankelijkheidsstrijd van België. Graaf Frederik de Merode had zelfs zijn leven gegeven voor het vaderland. Als dank schonk België de familie 400 ha gronden rond Westerlo en Averbode, vaak voormalige eigendommen van de abdijen.

De Merodes zetten de bebossing nog een versnelling hoger. Het nieuwe grafelijke domein werd op korte termijn ingepalmd door naaldbomen. Het hout was gegeerd in de mijnbouw en in de steenbakkerijen. Er werden kaarsrechte wegen aangelegd om het transport te vergemakkelijken. Vennen maakten plaats voor een netwerk van grachten en afwateringskanalen.
Tot vandaag vinden we hierdoor in het Merodelandschap niet alleen de sporen van oude vennen die droog zijn komen te liggen vanwege die kanalen terug, maar ook talrijke bossen. In het beheer van het gebied kiest men er nu voor om ook de oude typische heidelandschappen en inheemse bomen te herstellen.

Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van België in 1930 kregen de Merodes de titel van prins. Het is dus niet overdreven te stellen dat de Merode gevormd werd door paters en prinsen.

de Merode: 17 natuurreservaten en bossen

Landschapspark de Merode telt liefst 17 natuurreservaten en bossen. De natuurreservaten maken allemaal deel uit van het Vlaams ecologisch netwerk en van ‘Natura 2000’, het Europese netwerk van ecologische beschermingszones. Tussen de natuurreservaten ligt heel wat groen-blauwe infrastructuur, zoals bossen, beken en trage wegen. Die vormen belangrijke ecologische verbindingen die het natuurlijke kapitaal extra veerkrachtig maken. Deze opvallende natuurwaarden heeft de Merode te danken aan zowel de eeuwenlange economische bedrijvigheid van onder meer de norbertijnen en de adellijke familie de Merode als van lokale kenmerken zoals bodemtype, reliëf en water en onder invloed van het klimaat.

Samen hebben deze factoren alleszins gezorgd voor een enorme rijkdom aan authentieke landschappen met belangrijke en soms unieke ecologische waarden.

In het zuidoosten van de Merode vind je bijvoorbeeld vier zeer bosrijke gebieden: Hertberg, Sterschotsbos, Varenbroek en Helschot. Naaldbomen en eiken zijn hier de typische soorten. Je treft hier typische bosplanten aan en ook zeldzame soorten. Aanwezige dieren zijn bijvoorbeeld ree, vos, steenmarter, havik, buizerd, bosuil en verschillende spechtensoorten. Averbode Bos en Hei bestaat eveneens uit naaldbossen en oude beuken- en eikenbossen, maar hier vind je ook vennen, moerassen, heide en graslanden. De vennen zitten vol libellen, waterkevers. De zeldzame moerassprinkhaan en het klein blaasjeskruid komen hier nog voor.

Nog in het Vlaams-Brabantse deel vind je onder meer het Webbekoms Broek. Hier begeef je je door een lappendeken aan bloemrijke hooilanden, rietlanden en wilgenbosjes. De Demerbroeken worden gekenmerkt door een afwisseling van weiden, hooilanden, akkers, populieren op vochtige delen en naaldbosjes op drogere gronden.

Vanop de Diestiaanse Heuvels in het Hageland heb je een prachtig zicht over de Demervallei. De donkere ijzerzandsteen die zo typisch is voor de ondergrond van deze heuvelrug, vind je vandaag nog steeds terug in historische gebouwen in Demergotiek, en dus ook in het norbertijnenerfgoed.

Het domein Gerhagen in het Limburgse deel van het Merodegebied mag pronken met de titel van het eerste stiltegebied met kwaliteitslabel in Vlaanderen. Dankzij uitvoerige beheer- en beschermingswerken zijn enkele verloren gewaande diersoorten er teruggekeerd.

Design & development by Common Ground