Prinsheerlijk platteland

Waar Demer en Nete elkaar omarmen,
Waar abdijen en kastelen het landschap kleuren

Waar de natuur stilte en rust uitademt,
Waar de Witte en dwaallichten rondzwerven

Waar de Kempen kriebelen aan de Hagelandse heuvels,
Waar prinsen, witheren en boeren schrijvers inspireren.

Kasteel Het Paviljoen – Eindhout

Uitgebreide beschrijving

In 1868 liet mevrouw Vander Elst het gebouw optrekken. Op 28 april van dat jaar vestigde John Ward zich aanvankelijk alleen op het landhuis. Hij huwde wat later, op 17 december 1868, te Brussel met Hortense Laubry. Zeven dagen na de bruiloft nam ook zijn nieuwe bruid officieel haar intrek op het landhuis. Het echtpaar kreeg acht kinderen die allen te Brussel werden geboren. De oudste, Adèle-Hortense(1869), overleed al gauw. Daarna volgde Marie (1876), Hortense-Adèle (1877), William-Mitchel (1879), Hélène (1881), Adèle-Françoise (1882), François-Emile (1883) en Valentine (1886).

Op de villa, die in het gehucht “Achter de Bergen” was gesitueerd, waren drie dienstmeiden actief die vanuit Grimbergen, Vilvoorde en Boortmeerbeek naar hier waren gekomen. Ook een koetsier uit Veerle, Guillelmus Janssens, en een knecht behoorden tot het personeel van “het Paviljoen”.

Hortense Laubry kon niet aarden te Eindhout en John Ward kreeg moeilijkheden met het verkrijgen van een vaste woonplaats in België. Pas bij K.B. van 17-05-1882 kreeg hij toelating tot vast verblijf in België. Dat verklaart waarom hij enige tijd niet meer te Eindhout maar in Brussel was ingeschreven. Na de dood van zijn vrouw,die in het kinderbed van zijn jongste dochter Valentine bleef, kwam Ward op 18-07-1886 opnieuw en definitief te Eindhout wonen, echter niet meer op “het Paviljoen”, maar op het kasteel “de Ossenstal” dat hij na de dood van mevrouw Vander Elst had geërfd.

Bij K.B. van 06-06-1889 verkreeg hij de grote naturalisatie. Zijn kinderen bleven nochtans de Engelse nationaliteit behouden.

Het paviljoen werd in het begin van de 20ste eeuw bewoond door Louis Charles de Forcheaux. Hij was gescheiden, hetgeen in die tijd een zeldzame gebeurtenis was. Hij was voor de tweede keer getrouwd met de Nederlandse Jeanne Van Balveren. Het echtpaar bleef op het paviljoen tot zij op 25 februari 1904 naar La Hulpe (Ter Hulpen) uitweken. Dan kwam het gezin van handelaar Leo Vincart uit Aarschot het gebouw betrekken tot augustus 1905. Vervolgens kwam op 25 augustus 1905 Arthur Cantillon van Aat, die gehuwd was met de Franse Renée Watier. Zij hadden in Sint-Joost-ten Node een tweede verblijfplaats. Op 25 februari 1910 verhuisde het gezin naar Ronse. Jules De Bruyne van Sint-Joost-ten Node woonde er met vrouw en schoonmoeder van maart 1910 tot 18 januari 1911. Deze rentenier uit Breda werd opgevolgd door het gezin van Adolphe Defives, een drukkersgast uit Maubray, die op 28 november 1913 weer naar Zichem vertrok. Daarna kwam Georges Delacenserie, een ingenieur uit Doornik, die slechts enige maanden bleef, samen met Jan-Baptist Goelen, een werktuigkundige uit Laken. Zij werden weer opgevolgd door Isidoor Daems-Van Genechten uit Langdorp (1916-1917) en Karel Beyens-Peeters, een landbouwer uit Eindhout (vanaf 1917). Daarna kwam het echtpaar Arthur Vranckx-Van Lommel (Op de foto voor het Paviljoen) van Tongerlo op het Paviljoen wonen.

Het Paviljoen was tot 1960 eigendom van de familie Raedts, die het gebouw in 1900 had gekocht. Op 17 december 1960 verkocht de eigenares, Maria Josefina Theresia Raedts, het goed aan Arthur Vranckx, die er toen al tientallen jaren met zijn gezin had gewoond. De verkoopster woonde te Maastricht en was weduwe van Phillipus Eugenius Thielens. Op 16 augustus 1968 verkreeg zoon Jozef Vranckx het Paviljoen bij akte van verdeling, Jozef Vranckx was gehuwd met Elsa Melania Stynen. Op 23 augustus 1971 verkochten zij het landhuis aan Willy Stynen-Rombouts.

De heer Stynen restaureerde het vervallen goed in de mate van het mogelijke. Het gebouw bestaat uit volle muren, hetgeen vochtigheidsproblemen stelt. Het Paviljoen heeft een ingewikkelde bouwconstructie met verscheidene tussenverdiepingen, slechts één kamertje herinnert aan de vergane glorie. Het plafond, deuren en wand zijn kunstig bewerkt.

Van omstreeks 1990 werd het eigendom van Rik Verrijdt, hij startte met de binnenrestauratie en alzo krijgt het gebouw zijn aanzien terug van weleer.

Buiten is een grote vijver. De Kleine Laak vormt de zuidergrens van het domein.

Op de kaart bekijken »

Praktisch

E-mail:

Website:

Tel:

Openingsuren:

Schrijf je in op de nieuwsbrief

Design & development by Common Ground