Prinsheerlijk platteland

Waar Demer en Nete elkaar omarmen,
Waar abdijen en kastelen het landschap kleuren

Waar de natuur stilte en rust uitademt,
Waar de Witte en dwaallichten rondzwerven

Waar de Kempen kriebelen aan de Hagelandse heuvels,
Waar prinsen, witheren en boeren schrijvers inspireren.

Steine hoeve Westerlo

Uitgebreide beschrijving

Zogenaamd “Steyne Hoeve”. Voormalige abdijhoeve horend bij de eerste landbouwontginningen van de streek. Op Ferrariskaart (1771-1777) zogenaamd “Steen” als omgrachte hoeve met T-vormig hoofdgebouw (zie vroegere funderingen ten westen van huidige hoofdvleugel) met schuur ten zuiden, op Vandermaelenkaart (circa 1854) niet meer omgrachte, gelijkvormige zogenaamde “Steyne Hoef” met bijkomende rechthoekig bijgebouwtjes ten oosten en ten westen.

Oudste noordvleugel met uitzonderlijk twee bouwlagen uit de 16de eeuw (volgens recente gevelplaat eerste vermelding van 1557 gebaseerd op niet te achterhalen bron aangehaald door W. Van Spilbeeck) met haakse uitbreiding van 1668 (zie jaartal in oostgevel) en latere aanpassingen, monumentale losstaande schuur ten zuiden, ingeplant op grotendeels omhaagd terrein met voortuin en poel, naar verluidt een herstelde vlasput; oostelijk gelegen stalling verdwenen en vervangen door nieuwe bouw. Restauratie, met afbraak van de latere aanbouwsels, in 1985-1989 naar ontwerp van architect E. Van Loven van Architektuur Atelier b.v.b.a. (Herentals).

Noordvleugel uit de 16de eeuw met ten oosten hooghuis van drie traveeën en twee bouwlagen eertijds onder afgewolfd strodak (zie vroegere bouwsporen in zijgevel), aansluitend twee iets lagere, smallere en onderkelderde travee met opkamers. Haakse zuidwestvleugel (1668) van drie traveeën met eertijds latere aanbouwsels aan oost-, zuid- en westzijde. Bij de restauratie verdwenen de aanbouwsels, werd een kleinere ten zuiden gelegen bergplaats bijgebouwd en werd de aanwezige afgewolfde noordwestelijke bedaking aangepast waarbij de opkamertraveeën een zadeldak kregen aansluitend bij de westgevel van het noordoostelijke hooghuis.

L-vormige, verankerde baksteenbouw van één en twee bouwlagen onder haakse zadeldaken (Vlaamse pannen) van ongelijke hoogte, aandaken, recent lager aanbouwsel achteraan. Zijtuitgevels met muurvlechtingen. Diverse deels beluikte muuropeningen met zandstenen dorpels onder meer kloosterkozijnen, rechthoekige en steekboogvensters onder rollaag en accoladevormige platte laag, laatst genoemde van gesinterde steen. Opkamer- en keldervensters in de noordwestelijke hoektravee. Ten westen lijstgevel met jaartal 1668 van gesinterde baksteen.

Interieur met in twee boven elkaar gelegen kamers laatgotische schouwen van witte hardsteen met gebeeldhouwde consoles in vorm van hoofden, talrijke lampnissen en bewaarde moer- en kinderbalken met gedecoreerde sloffen. Kapgebinten: 16de-eeuwse sporenkap met twee hanenbalken, kromstijlen en korbelen en 17de-eeuwse sporenkap met kromstijlen, één hanenbalk op korbelen, naald en nokbalk.

Gerestaureerde en aangepaste driebeukige schuur van vier traveeën onder hoog afgewolfd pannen dak (nok parallel aan de straat). Versteende vakwerkbouw met zichtbare stijlen en regels. Rechthoekige muuropeningen. Behouden gebint, talrijke inscripties op afscheidingsbalk van de voormalige dorsvloer: tekeningen, initialen en jaartallen onder meer uit de 19de eeuw, 1774 en 1699.

Op de kaart bekijken »

Praktisch

E-mail:

Website:

Tel:

Openingsuren:

Schrijf je in op de nieuwsbrief

Design & development by Common Ground