Landinrichting in de Merode
Historiek van het landinrichtingsproject ‘De Merode prinsheerlijk platteland’
Op 4 augustus 2000 werd de Vlaamse Landmaatschappij door de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw belast met de voorstudie tot uitvoering van landinrichting in het gebied Zuiderkempen. De voorstudie van het landinrichtingsproject Zuiderkempen werd in juni 2002 afgewerkt en verkreeg gunstig advies van de Commissie voor Landinrichting op 24 juni 2002. De voorstudie werd vervolgens aan de minister overgemaakt. De opmaak van een richtplan diende zich aan.
Op 5 juni 2003 werd via een ministeriele brief door de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking gevraagd om een planprogramma Zuiderkempen voor te leggen in het kader van de actualisatie van de procedure landinrichting. Een aanzet van planprogramma Zuiderkempen werd op 3 november 2003 aan het kabinet van de minister voorgelegd. Het ontwerp van planprogramma werd op 8 maart 2004 op de Commissie voor Landinrichting ter informatie toegelicht. Er werd geen advies geformuleerd. In een ministeriële brief van 15 april 2004 schaarde de Vlaams minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking zich achter de aanpak van de planprogramma’s en vroeg om de uitvoeringsprogramma’s, de aanpak en financiering beter uit te werken. Verder werd gevraagd om één inrichtingsproject per planprogramma verder uit te werken in afwachting van de goedkeuring van het nieuwe landinrichtingsbesluit. Deze goedkeuring kwam er op 28 mei 2004.
In de “Validatienota landinrichting – ruilverkaveling 2005” stemde de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur in met de verderzetting van de planvorming voor het planprogramma “de Merode: prinsheerlijk platteland” als deel van het ontwerpplanprogramma Zuiderkempen.
Het planprogramma “de Merode: Prinsheerlijk platteland” werd op 15 mei 2007 ter kennisgeving aan de betrokken gemeenten bezorgd. De Commissie voor Landinrichting bracht op 26 maart 2007 gunstig advies uit bij het planprogramma. Het planprogramma “de Merode: Prinsheerlijk platteland” werd door de Vlaamse regering goedgekeurd op 14 december 2007.
Planprogramma - inrichtingsplannen
Bij het landinrichtingsproject “de Merode: prinsheerlijk platteland” zijn zes gemeenten betrokken: Westerlo, Herselt, Scherpenheuvel - Zichem, Laakdal, Tessenderlo en Geel.
Het planprogramma “de Merode: prinsheerlijk platteland” omvat één inrichtingsproject landinrichting, met name “de Merode: prinsheerlijk platteland”.
Na goedkeuring van het planprogramma wordt het inrichtingsproject landinrichting verder uitgewerkt via meerdere inrichtingsplannen.
Volgens artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004 omvat het inrichtingsplan de uitwerking van maatregelen, handelingen en werken die nodig zijn om het inrichtingsproject landinrichting te realiseren. Een inrichtingsplan omvat ook een uitvoerings- en financieringsprogramma dat de verantwoordelijke partners voor uitvoering en financiering aanwijst en de taken op elkaar afstemt. Het financierings¬programma brengt het kostenplaatje in beeld samen met de financieringsmodaliteiten.
Inspraak en adviesprocedure inrichtingsplan
Het inrichtingsplan wordt ingevolge het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004 opgemaakt door de Vlaamse Landmaat¬schappij, onder begeleiding van de planbegeleidingsgroep.
Het voorliggend voorstel van inrichtingsplan wordt, conform de regelgeving onderworpen aan een adviesprocedure. Deze adviezen kunnen het inrichtingsplan aanvullen of bijsturen.
In aanloop tot de officiële adviesprocedure werd bij de opmaak van dit voorstel van inrichtingsplan “wandelnetwerk de Merode” heel wat voorbereidend overleg gepleegd met:
- Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)
- Toerisme Vlaanderen
- Natuurpunt vzw
- Kempens Landschap vzw
- de betrokken gemeentebesturen van Geel, Herselt, Laakdal, Westerlo, Tessenderlo en Scherpenheuvel-Zichem
- de provinciebesturen van de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant
- de provinciale toeristische diensten van de provincie Antwerpen (Toerisme Provincie Antwerpen – TPA) , Limburg (Toerisme Limburg) en Vlaams-Brabant (Toerisme Vlaams-Brabant).
De adviesprocedure van dit inrichtingsplan vangt aan met de kennisgeving van het inrichtingsplan aan de Commissie voor Landinrichting. Het voorliggende ontwerp van inrichtingsplan ‘wandelnetwerk de Merode’ is onderworpen aan het advies van de Bestendige Deputatie van de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant en van de gemeenteraden van de gemeenten Geel, Herselt, Laakdal, Scherpenheuvel-Zichem, Tessenderlo en Westerlo. Daarbij kan Het College van Burgemeester en Schepenen beslissen het inrichtingsplan gedurende 30 dagen ter inzage te leggen in het gemeentehuis; opmerkingen en bezwaren worden dan gevoegd bij het advies van de gemeenteraad.
Op basis van deze adviezen maakt de Vlaamse Land¬maatschappij onder begeleiding van de planbegeleidingsgroep het eindvoorstel van inrichtingsplan op. Dit wordt geadviseerd door de Commissie voor Landinrichting, waarna het, bij positief advies, ter goed¬keuring aan de minister bevoegd voor landinrichting wordt bezorgd.
Dit betekent dat het voorliggend plan als een voorstel moet worden beschouwd dat na de adviesronde kan worden aangepast als gevolg van de uitgebrachte adviezen.
Plattelandsproject de Merode
De Vlaamse Landmaatschappij zette sinds 2000 in opdracht van de minister van Leefmilieu en Landbouw een overleginitiatief op met betrekking tot de aankoop van het domein de Merode. De partners in het aankoopdossier waren de gemeenten Laakdal, Tessenderlo, Scherpenheuvel-Zichem, Herselt, Westerlo en Geel, de provincie Antwerpen, de Vzw Kempens Landschap, de abdij van Averbode en Natuurpunt. Op 24 mei en 14 juni 2004 werden uiteindelijk de aktes verleden voor de aankoop van het ca 1.500 ha grote domein de Merode..
Een inrichtingsvisie werd in 2001 opgesteld door de VLM en met de nodige opmerkingen aangevuld door de partners. Met het ‘Charter de Merode’, dat op 29 maart 2004 door alle betrokken partners werd ondertekend, gaven de partners te kennen dat ze samen hun schouders zetten onder een project dat het goede beheer van het domein en de ontwikkeling van de ganse streek voor ogen heeft. Ze engageerden zich om:
- het domein de Merode als één geheel te bewaren;
- in samenspraak met alle partners een gezamenlijke visie te ontwikkelen voor het beheer en de inrichting van het domein;
- het domein in te richten en te beheren vanuit deze gezamenlijke visie;
- elk volgens zijn eigen mogelijkheden deze beheer- en inrichtingsvisie te realiseren door het in eigendom en/of beheer te nemen van delen van het domein;
- de verschillende deelgebieden open te stellen voor het grote publiek met bescherming van de meest waardevolle natuur- en landschapwaarden;
- de aanwezige landbouw optimale ontwikkelingskansen te bieden;
- de verschillende partners blijvend te betrekken bij het beheer en de inrichting van het gebied.
Met de engagementen van het Charter de Merode als vertrekpunt en het samenwerkingsverband van de partners in de stuurgroep kon de doorverkoop van het domein gebeuren vanuit een gecoördineerde aanpak met weinig gevaar voor versnippering van het domein. De onderhandelingen hierrond werden gecoördineerd door de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie;, Leefmilieu en Natuur en afgerond op 30 november 2005.
De partners verklaarden eveneens dat zij de aankoop van het domein de Merode als een grote opportuniteit zagen voor de start van een regionaal project van gebiedsgericht, geïntegreerd plattelandsbeleid met het oog op de verdere cultuurhistorische en toeristisch-recreatieve ontwikkeling van de ganse regio tussen Demer en Nete.
De omgeving van de bossen van de Merode, gelegen op de grens van de Zuiderkempen en Noord-Hageland, bezit een sterk landschappelijk en cultuurhistorisch aanbod. De streek is hierdoor niet alleen rijk aan kansen voor natuur en landschap maar - door de talrijke opportuniteiten voor recreatie en toerisme ook voor de regionale economie. De kenmerkende diversiteit en de strategische ligging van de streek zijn onmiskenbare troeven voor het opstarten van een project van regionale, geïntegreerde plattelandsontwikkeling. Op 19 juni 2006 gaf Vlaams Minister President Yves Leterme het officiële startschot voor dit Vlaamse pilootproject.
Het project heeft een experimenteel karakter aangezien het kadert binnen de opstart van het Vlaamse plattelandsbeleid. Het Vlaamse plattelandsbeleid vertrekt vanuit een aantal principes die ook van belang zijn voor de uittekening en de uitvoering van het pilootproject:
- het differentiëren van het Vlaamse, reguliere beleid;
- de duurzame, geïntegreerde en